Er staan veel rijke beloften in de Bijbel. De bekendste belofte staat in Johannes 3:16: God heeft Zijn Zoon gegeven, en iedereen die in Hem gelooft, zal eeuwig leven. Voor wie is deze belofte? Wat kan dat een worsteling zijn. Je hoort: ‘Klem je vast aan Gods beloften, dat is de enige grond voor je geloof.’ Maar je vraagt je af: ‘Zijn die beloften wel voor mij bedoeld?’ Die twijfel wordt misschien gevoed doordat je leest of hoort dat de beloften alleen voor de ‘uitverkorenen’ of ‘ware gelovigen’ zijn. Hoe zit dat?
Deze verwarring en twijfel ontstaan vaak omdat er niet duidelijk geformuleerd wordt. Er lopen vaak twee dingen door elkaar, twee gezichtspunten.
Als er gezegd wordt dat de beloften alleen voor de uitverkorenen of ware gelovigen zijn, kan daarmee bedoeld worden dat alleen de uitverkorenen daadwerkelijk krijgen wat er wordt beloofd. De Heere doet altijd wat Hij belooft, dus een belofte over de zaligheid kan alleen bedoeld zijn voor de uitverkorenen, zo redeneert men. Het is waar dat alleen de uitverkorenen de vervulling van de beloofde zaligheid ontvangen. Maar als we daaruit afleiden dat niet iedere hoorder de belofte mag en moet geloven, laten we de Bijbelse spanning tussen Gods genade en onze verantwoordelijkheid los. Dan vervallen we in de dwaling van het hypercalvinisme.
Het andere gezichtspunt staat heel duidelijk in de Dordtse Leerregels, hoofdstuk 2, artikel 5:
Voorts is de belofte des Evangelies, dat een iegelijk, die in de gekruisigden Christus gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe; welke belofte aan alle volken en mensen, tot welke God naar Zijn welbehagen Zijn Evangelie zendt, zonder onderscheid moet verkondigd en voorgesteld worden, met bevel van bekering en geloof.
Hier staat klip en klaar dat de belofte van het Evangelie komt tot iedereen die het hoort. Niemand hoeft eerst te weten of hij uitverkoren is voordat hij deze belofte mag geloven. Niemand mag deze belofte naast zich neerleggen. Deze belofte gaat gepaard met het bevel om je te bekeren en te geloven.
We kunnen nog veel meer zeggen over de beloften. Er zijn verschillende soorten beloften bijvoorbeeld, maar daar wil ik nu niet op ingaan. Wat mij altijd helpt, is de duidelijke uitleg die Ralph Erskine geeft in zijn boek De zwangere belofte. Dit boek is gebaseerd op meerdere preken van Erskine over Galaten 4:28. Stichting De Tabernakel heeft een goed leesbare vertaling van een deel van dit boek uitgebracht als leespreek . Op basis hiervan wil ik samenvatten hoe Erskine de volgende drie vragen over de belofte van het genadeverbond beantwoordt:
De uitverkorenen ontvangen de beloofde zaligheid. God brengt hen door Zijn genade tot geloof (Rom. 11:7, Joh. 6:37).
Het algemene aanbod van het Evangelie wordt vergeleken met een tuin, waarin zowel goede planten als onkruid groeien. God biedt het Evangelie aan alle hoorders aan. Niemand heeft een excuus, iedereen die het Evangelie hoort, wordt uitwendig geroepen. Maar de uitverkorenen worden opgevist uit een zee van zonde en ellende (Joh. 6:44).
Erskine waarschuwt hier dat we God niet van onrecht mogen beschuldigen. Tegelijkertijd mogen wij Gods geopenbaarde belofte niet afwijzen met een beroep op Gods verborgen besluit. We mogen ons niet bemoeien met Gods verborgen wil (de uitverkiezing). We moeten ons bezighouden met Gods geopenbaarde wil (het Evangelie) en hoe wij in het bezit komen van de belofte (zie Deut. 29:29).
Gelovigen bezitten de beloofde zaligheid nu al. In beginsel is het eeuwige leven voor hen al begonnen (Joh. 6:47).
De belofte wordt aangeboden aan iedereen die het Evangelie hoort. Zelfs aan de grootste zondaren die verhard zijn en zich niet verootmoedigen. Erskine gebruikt de verzen rondom Handelingen 2:23 en Openbaring 3:17 als voorbeelden om te laten zien dat ook grote en verharde zondaren de belofte krijgen aangeboden.
Als Gods belofte onvoorwaardelijk aangeboden wordt aan iedereen die het Evangelie hoort en niet afhangt van wat wij doen, waarom moeten we dan toch de genademiddelen gebruiken?
God heeft genademiddelen zoals prediking, Bijbellezen en gebed ingesteld als kanalen waardoor Zijn genade gewoonlijk stroomt. Als we de genademiddelen niet gebruiken, sluiten we onszelf uit van de zegeningen van de belofte. Gods oordeel zal zijn dat we onszelf hebben verdoemd.
Waarom wordt de belofte niet in iedereen vervuld?
De belofte wordt alleen voor ons vervuld als we deze door het geloof aannemen. Ongeloof sluit ons uit van de zegeningen van de belofte (Mar. 16:16, Joh. 3:18).
Als God een bepaalde belofte gegeven heeft, dan wordt die toch vervuld, of er nu geloof is of niet?
Wanneer je iemand een schuldbekentenis aanbiedt en hij die weigert, ben je niet verplicht hem het verschuldigde bedrag te betalen. Dat ben je alleen als hij de schuldbekentenis aanneemt. Verwerpt hij die, dan ben je vrij en kan niemand je beschuldigen van ontrouw aan je belofte.
De belofte moet dus worden geloofd. Is de belofte dan voorwaardelijk?
Je hoeft niet eerst aan voorwaarden te voldoen om de belofte te mogen geloven. Wel ontvang je de beloofde zaligheid alleen door het geloof. Dat geloof is geen verdienste en ook geen bijdrage waarmee je Christus’ werk aanvult. Het is zelf een gave van Gods genade. God belooft ook het geloof en de Heilige Geest Die het geloof werkt. Bid tot God, roep Hem aan om de kracht van de belofte in je hart te ervaren. God Zelf roept je hiertoe op (Ezech. 36:37).
Al het smeken om de beloofde genade is toch tevergeefs als de belofte niet persoonlijk toegepast wordt? Als de belofte niet voor mij is, krijg ik er toch nooit deel aan.
Je hebt de werking van de Heilige Geest nodig om te geloven. Maar je hoeft niet eerst een bijzondere aanwijzing te ontvangen dat de belofte voor jou is. De belofte die tot je komt, geeft genoeg grond om tot Christus te gaan en om Zijn genade te bidden. De belofte is absoluut en onbeperkt. Zij komt tot iedereen en sluit niemand op voorhand uit. Het is daarom een grote zonde om jezelf uit te sluiten. Zulke gedachten worden ingefluisterd door de duivel.
Denk je dat je wel zou geloven als je een bijzondere belofte had die jouw naam droeg (die persoonlijk aan jou gericht was)? Waarom wil je dan niet geloven als God een algemene, onbeperkte belofte doet aan alle zondaren, zelfs de allergrootsten? Waarom gehoorzaam je niet aan het bevel dat op de belofte volgt: het bevel om te komen, de belofte te ontvangen, deze op jezelf toe te passen en alles te ontvangen wat de Heere belooft?
Je mag pleiten op de algemene belofte en bidden om de toepassing, de inwendige genade. Als je zo tot de Heere vlucht, is dat een teken dat de belofte in het bijzonder voor jou is, dat er een begin van geestelijk leven is.
De belofte van het Evangelie wordt je persoonlijk aangeboden. Ben je dood in de zonden, onmachtig, onwillig, schuldig of ellendig? De belofte is geschikt als geneesmiddel tegen elke geestelijke toestand. Schuif deze belofte dan niet aan de kant en denk niet dat je er niets mee te maken hebt.
De wet klaagt ons in alles aan, maar het Evangelie heeft op alles een antwoord. Als je Gods Evangelie gelooft, reageer je daarop door de belofte dankbaar te ontvangen en te zeggen: ‘Heere, doe zoals Gij gesproken hebt.’ Je neemt de belofte aan. Met andere woorden: je vertrouwt je toe aan Christus, op grond van Gods Woord.
Worstel je met de beloften? Ik beveel je van harte aan de hele preek van Erskine rustig en biddend door te lezen.
Er zijn nog geen reacties
Mijn naam, e-mail en site opslaan in deze browser voor de volgende keer wanneer ik een reactie plaats.
Ik meld mij aan voor de nieuwsbrief zodat ik op de hoogte wordt gehouden van nieuwe artikelen
Δ
Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg een e-mail als er nieuwe artikelen zijn.
Het digitale boek op deze website bevat een diepgaande studie naar de historische discussies over het aanbod van genade. Ik laat zien hoe theologen sinds de Reformatie aankijken tegen het spanningsveld tussen Gods soevereiniteit en de menselijke verantwoordelijkheid. Daarnaast bespreek ik de verschillende dwalingen rondom dit thema en hoe de gereformeerde theologen hierop gereageerd hebben. Begin met lezen!
Or copy link