Misschien denk je het weleens, of hoor je anderen zeggen: ‘Daar gaat het zo makkelijk, dat is goedkope genade.’ Wat men dan bedoelt, is dat het Evangelie zo ruim wordt gepredikt dat het lijkt alsof iedereen het ‘zomaar’ mag aannemen. In hun ogen komen de wet, ellendekennis en berouw veel te weinig aan de orde. Deze beschuldiging is niet nieuw. Al in de 17e en 18e eeuw in Engeland en Schotland werden predikanten die een onvoorwaardelijk aanbod van genade verkondigden, beschuldigd van antinomianisme.
Eerst even kort: wat is antinomianisme? Dit woord mag je weer vergeten (tenzij je er meer over wilt weten: lees dan dit hoofdstuk over het ontstaan van het antinomianisme, en de reactie van de Westminster Assembly erop). Het antinomianisme is niet eenduidig te definiëren, maar komt ongeveer op het volgende neer: op zeker moment legden sommige predikanten zoveel nadruk op de wet en de noodzaak van ellendekennis en berouw, dat het Evangelie nauwelijks meer klonk. Als tegenreactie gingen anderen juist Gods vrije genade extra benadrukken. Degenen die hierin doorschoten, werden antinomianen genoemd.
Deze antinomianen meenden dat er helemaal niets meer van een mens mag worden geëist. Volgens hen is de oproep tot berouw, bekering, geloof en levensverbetering een wettisch werk dat de genade van God verdonkert. De wet zou niet meer van toepassing zijn voor de gelovigen, en levensheiliging eisen zou afbreuk doen aan Gods vrije genade. We zien deze gedachte al in het Nieuwe Testament. In Romeinen 6:1 betoogt Paulus: ‘Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde? Dat zij verre. Wij die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelve leven?’ Blijkbaar concludeerden sommigen op basis van Paulus’ prediking dat de wet er niet meer toe doet.
Het is echter niet wet óf Evangelie, maar wet én Evangelie. Enerzijds zijn we van nature geneigd tot de zonde. Daarom moet hier krachtig tegen worden gewaarschuwd. Anderzijds leeft in ons hart ook de neiging om door werken zalig te willen worden, in plaats van alleen door het geloof. Dit is een subtielere dwaling, maar net zo gevaarlijk. Daarom moeten we er net zo krachtig tegen waarschuwen.
Iemand die bezorgd is dat het geloof nogal makkelijk wordt voorgesteld, is niet direct een vijand van het Evangelie. Hij kan oprecht bezorgd zijn over de manier van leven van gelovigen in het licht van de heiligheid van God. Misschien vreest hij dat een ruime en onvoorwaardelijke Evangelieverkondiging ertoe leidt dat kerkgangers ten onrechte concluderen dat ze het ware geloof hebben.
Het is verstandig om hier niet direct verdedigend en boos op te reageren, maar eerst in de spiegel te kijken. Geef jij met je leven aanleiding voor deze bezorgdheid? Wat besef je van de heiligheid van God? Begrijp je dat we zonder heiligmaking de Heere niet kunnen zien (Hebr. 12:14)? Het Nieuwe Testament roept zondaren tot bekering en geloof, maar spreekt gelovigen vervolgens voortdurend aan op heiliging, volharding, liefde en gehoorzaamheid. Genade wordt zichtbaar in goede werken (Tit. 2:11-14; Ef. 2:8-10). Paulus roept ons op om gemeenteleden die in zonde leven, buiten de gemeente te sluiten (1 Kor. 5; 2 Tim. 3:5).
Heiligmaking is geen voorwaarde om tot Christus te gaan, maar wél een gevolg ervan! Dat betekent niet dat je volmaakt heilig wordt, helaas niet. Ook niet dat je jezelf heiliger kunt maken. Alleen in Christus kunnen we vrucht dragen (Joh. 15:5). Maar dat mag ons niet lijdelijk maken. De puriteinen waren ook op dit gebied heel praktisch: ze wezen de weg van geestelijke discipline (stille tijd, meditatie, zelfonderzoek, werkzaam zijn met de beloften, gebed, aanbidding). We moeten de geestelijke wapenrusting aandoen (Ef. 6:10-20), want dit is een ‘heilige oorlog’.
Wat betekent dit voor het Evangelie? Robert Traill, een predikant uit de 17e eeuw, werd beschuldigd van antinomianisme, ondanks dat hij daar bewust afstand van nam. Hij schreef in 1692 een boekje om uit te leggen dat die beschuldiging onterecht was. Hij vraagt zich af: hoe kan een predikant het Evangelie zodanig verkondigen dat hij niet van antinomianisme wordt beschuldigd? En hoe kan hij voorkomen dat iemand de genadeleer misbruikt om in zonde te blijven leven?
Over het laatste is Traill duidelijk: er zal altijd wel iemand met het Evangelie op de loop gaan. Dat is in het verleden gebeurd, het gebeurt nu en zal blijven gebeuren. Maar moeten we daarom Christus niet aanbieden aan de ergste van de zondaren? Christus is juist gekomen voor zondaren (1 Tim. 1:15)! De Heere Zelf beveelt dat dit goede nieuws moet worden gepredikt (Mar. 16:15-16; Luk. 24:47).
Moeten we elkaar vertellen dat we niet in Jezus Christus mogen geloven tenzij we heilig zijn? Mag je pas naar Christus gaan als je aan bepaalde voorwaarden zoals berouw en ellendekennis voldoet? Dit zou betekenen, zegt Traill, dat niemand in Christus mag geloven. Want nog nooit heeft een zondaar genoeg berouw gehad om zo geschikt te zijn voor Christus. Christus is wel geschikt voor ons (1 Kor. 1:30), maar een zondaar buiten Christus heeft geen andere geschiktheden dan zonde en ellende. Geloven betekent dat je als een verloren, hulpeloze en veroordeelde zondaar tot Christus vlucht om door Hem behouden te worden.
Moeten we elkaar waarschuwen dat we niet te snel in Christus mogen geloven? Het is onmogelijk om te snel te geloven, zegt Traill. Kan een mens het grote Evangeliegebod te snel gehoorzamen (1 Joh. 3:23)? Kan hij het grote werk van God te snel doen (Joh. 6:28-29)? Een mens kan te snel denken dat hij in Christus is, en daar moeten we voor waarschuwen. We kunnen te snel denken dat we geloven – maar we kunnen niet te snel daadwerkelijk geloven.
Het aanbod van genade is onvoorwaardelijk, en een zondaar hoeft niet aan voorwaarden te voldoen als hij tot Christus gaat. Waarom blijven we dit benadrukken? Waarom mogen we niet te veel nadruk leggen op ellendekennis en berouw (ook al zal niemand zonder berouw bij Christus komen)?
Traill benadrukt dat alleen het onvoorwaardelijke Evangelie de oplossing biedt voor iemand die beseft dat hij of zij zondig is. Als een overtuigde zondaar het uitroept: ‘Wat moet ik doen opdat ik zalig worde?’ (Hand. 16:30), luidt het antwoord: ‘Geloof in de Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis’ (Hand. 16:31). Als je tegen zo iemand zegt: ‘Bekeer je, heb berouw over je zonden en laat ze, en God zal genade met je hebben’, reageert hij misschien: ‘Dat kan ik niet. Ik kan niets en voel niets. Hoe weet ik of ik naar Jezus mag gaan? Of ik in Hem mag geloven?’
Daarom is het zo belangrijk dat we iedere keer weer horen dat we bij Jezus mogen komen zoals we zijn. De wet laat je zien wie je bent: schuldig, vuil en veroordeeld. De wet kan geen leven geven; ze kan alleen verdoemen. Maar Christus kan je uit deze toestand verlossen. Hij zal niemand wegsturen vanwege zijn zonde of ellende, of omdat hij geschiktheden en genadegaven mist. Traill zegt: God maakt de goddeloze niet godvruchtig voordat Hij hem rechtvaardigt, en Hij laat hem niet goddeloos nadat Hij hem heeft gerechtvaardigd; dezelfde genade die hem rechtvaardigt, heiligt hem meteen.
Je mag dus komen zoals je bent, maar niet blijven zoals je bent. Of, om het met de Heidelbergse Catechismus te zeggen (vraag 64): ‘Maar maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen?’ Het antwoord is: ‘Neen zij; want het is onmogelijk, dat, zo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid.’
Kortom, de bezorgdheid voor makkelijke of goedkope genade moeten we serieus nemen. Een geloof dat geen vrucht draagt, geeft reden tot zelfonderzoek. Maar dat betekent niet dat we de weg tot Christus smaller mogen maken. Een zondaar hoeft niet te wachten totdat zijn berouw dieper is of zijn zondekennis groter. Hij moet zo snel mogelijk naar Christus gaan. En wie door het geloof met Christus wordt verbonden, zal vruchten van dankbaarheid voortbrengen.
Lees meer over Robert Traill en zijn verdediging van de rechtvaardiging door het geloof.
In dezelfde periode nam ook Herman Witsius een middenpositie in tussen antinomianisme en neonomianisme.
Er zijn nog geen reacties
Mijn naam, e-mail en site opslaan in deze browser voor de volgende keer wanneer ik een reactie plaats.
Ik meld mij aan voor de nieuwsbrief zodat ik op de hoogte wordt gehouden van nieuwe artikelen
Δ
Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg een e-mail als er nieuwe artikelen zijn.
Het digitale boek op deze website bevat een diepgaande studie naar de historische discussies over het aanbod van genade. Ik laat zien hoe theologen sinds de Reformatie aankijken tegen het spanningsveld tussen Gods soevereiniteit en de menselijke verantwoordelijkheid. Daarnaast bespreek ik de verschillende dwalingen rondom dit thema en hoe de gereformeerde theologen hierop gereageerd hebben. Begin met lezen!
Or copy link