In zijn boek De Christenreis beschrijft Bunyan hoe Christen in de Poel Moedeloosheid valt. Later wordt hij door Reus Wanhoop gevangengenomen en genadeloos afgeranseld in Kasteel Twijfel. Bunyan beschrijft met deze gebeurtenissen hoe moedeloosheid, wanhoop en twijfel samenwerken om geestelijke ellende te veroorzaken in ons leven. De bekende predikant Spurgeon worstelde regelmatig met depressieve gevoelens. Spurgeon maakt onderscheid tussen geestelijke depressie en andere vormen van depressie. Dat verschil is belangrijk omdat de oproep om te ‘vechten’ hard en nutteloos over kan komen bij andere vormen van depressie. Bij geestelijke depressie spoort hij ons hier wel toe aan.
Normaal gesproken is Spurgeons toon vriendelijk, als die van een betrokken hulpverlener. Maar als we te maken hebben met de duivel, blijft er volgens hem maar één ding over dat we kunnen en moeten doen: vechten! Hij zegt:
De ziel is verbrijzeld, doorboord, met messen doorstoken, krachteloos geworden, gemarteld, gepijnigd. Als ze aan de angst toegeeft, weet ze niet meer hoe ze verder moet. Sta op, Christen! Je gezicht staat zo bedrukt; sta op en jaag je angsten op de vlucht. Waarom zou je voor altijd in je kerker liggen kreunen? Waarom zou Reus Wanhoop je voortdurend met zijn zware knuppel blijven slaan? Sta op, jaag hem weg! Pak de sleutel van de beloften; schep moed! Angst heeft je nog nooit geholpen, en zal je nooit helpen ook.
Hoe kunnen we de duivel verdrijven? In de kern komt het volgens Spurgeon neer op de zin: ‘Je hebt gelijk, maar Jezus.’
We pleiten niet op onszelf, maar op de beloften van Jezus. Het gaat niet om onze kracht, maar om de Zijne. Ja, wij zijn zwak, maar Hij is vol genade. We strijden door ons te verschuilen achter Jezus, Die voor ons strijdt. Onze hoop ligt niet in onszelf, maar in Jezus. Kasteel Twijfel kan erg sterk zijn, maar de Overwinnaar Die met Reus Wanhoop komt vechten, is sterker.
Als we op Jezus pleiten, omhelzen we wat Spurgeon noemt ‘een gezegende vorm van wanhoop, die het werk is van Gods Geest’.
– een wanhoop aan je vermogen om jezelf te redden, je eigen zonde weg te wassen of iets verdienstelijks te doen waarmee je jezelf voor God aanvaardbaar maakt. (…) Wanhoop aan jezelf is een gezegende vorm van wanhoop. Maar voor zover het over de eeuwige dingen gaat, heb ik geen goed woord over voor alle andere soorten wanhoop.
Spurgeon maakt dus onderscheid tussen heilzame wanhoop en verkeerde wanhoop. Daarbij noemt hij twee belangrijke waarschuwingen.
In de eerste plaats neemt Spurgeon het op voor lijdende mensen door een hartig woordje te spreken met predikers. Hij waarschuwt scherp tegen de gedachte dat de Heere Jezus arme, wanhopige mensen pas wil ontvangen als zij eerst ‘genoeg’ geleden hebben, of als ze zich eerst beter gedragen. Hoe vaak kruipt die gedachte niet stiekem onze gedachten binnen? Hoe vaak denken we dat we aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen voordat we tot Christus mogen vluchten? Spurgeon rekent daarmee af en zegt: ‘Als ik in mijn jeugd het Evangelie van Christus maar zó eenvoudig had gehoord als ik het u nu verkondig, zou ik niet zo lang in het moeras hebben gelegen, dat weet ik zeker.’ Hoe diep je ook wegzakt in de Poel Moedeloosheid, hoe vast je ook zit in Kasteel Twijfel, Spurgeon verwijst je rechtstreeks naar de genade van de levende Jezus.
In de tweede plaats verdedigt Spurgeon mensen die lijden aan geestelijke depressie door een ander gevaar in de kerk streng toe te spreken. Hij richt zijn pijlen op godsdienstige mensen die hun zwaarmoedigheid lijken te koesteren. Je kent ze misschien wel: mensen die het verdacht vinden als iemand geestelijke blijdschap kent, en die het als hun vrome taak zien om elke vorm van vreugde de kop in te drukken. Volgens Spurgeon spot zo’n donkere, melancholische godsdienst met de werkelijke pijn van mensen die écht aan een depressie lijden. Erger nog: het is ronduit wreed. Als elke blijdschap en vrolijkheid meteen als onheilig of oppervlakkig wordt afgeserveerd, ontneemt dit lijdende mensen het zicht op de glimlach van de genadige God – een glimlach die hun leed verzacht.
Misschien bevind jij je op dit moment wel in Kasteel Twijfel en voelt je innerlijke strijd uitzichtloos. De belangrijkste en bevrijdende les van Spurgeon is dat je jezelf niet hoeft op te knappen of ‘waardig’ te maken voordat je tot Christus mag gaan. Je mag komen precies zoals je bent: met al je twijfels, je angst en je geestelijke vermoeidheid. Als de stemmen van de duivel of je eigen veroordelende gedachten je overspoelen, hoef je geen complexe theologische argumenten paraat te hebben. Het zwakke, maar o zo krachtige ‘maar Jezus!’ is genoeg. Dit is geen magische spreuk die direct alle donkere wolken verdrijft. Toch is dit een onwrikbaar anker in de storm. Steun niet op je eigen kracht, eis niet meer van dit of meer van dat van jezelf, maar verberg je eenvoudig achter Hem Die de strijd al voor jou gewonnen heeft.
Deze blogpost is gebaseerd op bladzijde 43-46 van het boek Spurgeons depressies: realistische hoop in donkere dagen van Zack Eswine. Een aanrader voor iedereen die met (geestelijke) depressie te maken heeft of mensen kent die hiermee worstelen. De hierboven geciteerde uitspraken van Spurgeon komen uit de preken Fear Not en A Discourse to the Despairing.
Meer lezen over Spurgeon:
Mijn naam, e-mail en site opslaan in deze browser voor de volgende keer wanneer ik een reactie plaats.
Ik meld mij aan voor de nieuwsbrief zodat ik op de hoogte wordt gehouden van nieuwe artikelen
Δ
Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg een e-mail als er nieuwe artikelen zijn.
Het digitale boek op deze website bevat een diepgaande studie naar de historische discussies over het aanbod van genade. Ik laat zien hoe theologen sinds de Reformatie aankijken tegen het spanningsveld tussen Gods soevereiniteit en de menselijke verantwoordelijkheid. Daarnaast bespreek ik de verschillende dwalingen rondom dit thema en hoe de gereformeerde theologen hierop gereageerd hebben. Begin met lezen!
Or copy link