Mag je tegen iedereen zeggen: ‘Jezus is voor jou gestorven’? En als dat niet mag, wat mag je dan wél zeggen? Kun je het Evangelie dan nog wel aan iedereen aanbieden? In de kerkgeschiedenis is dit een terugkerende vraag: kan er een algemeen aanbod van genade zijn zonder algemene verzoening? Voor velen is dit ook een persoonlijke worsteling. Want hoe kan ik in Jezus geloven als ik niet weet of Hij ook voor mijn zonden is gestorven? In dit blogartikel wil ik laten zien hoe enkele gereformeerde oudvaders deze vragen beantwoorden.
Wie leert dat Christus voor alle mensen is gestorven, hangt de leer van de algemene verzoening aan. Daartegenover staat de Bijbelse leer van de particuliere verzoening: Christus is alleen gestorven voor de uitverkorenen. Er zijn drie vormen van de leer van de algemene verzoening. Ik zal ze kort toelichten. Vind je dit te diepgaand, sla deze paragraaf dan gerust over; het is bedoeld als achtergrondinformatie.
De Dordtse Leerregels laten met hun formulering van de algenoegzaamheid van het offer van Christus (DL 2.3) ruimte voor dit laatste standpunt. De Westminster Confessie leert duidelijk de particuliere verzoening (WC 3.6), maar verwerpt het Engelse hypothetisch universalisme van een groot aantal deelnemers aan de Westminster Assembly niet als ongereformeerd.
In het gewone spraakgebruik bedoelt men met ‘algemene verzoening’ meestal de arminiaanse opvatting. Daarom is het wijs om deze term af te wijzen en niet te doen alsof dit een gereformeerd standpunt is. Zorgvuldige formulering helpt om misverstanden te voorkomen.
Wie tegen iedereen zegt: ‘Jezus is voor jou gestorven’, verkondigt de leer van de algemene verzoening. Op grond van onder andere Johannes 10 wijzen gereformeerde oudvaders deze leer af. Jezus geeft Zijn leven voor Zijn schapen (Joh. 10:15–17, 26–28).
Toch keert de discussie telkens terug, omdat men vreest dat zonder algemene verzoening het Evangelie niet welmenend aan iedereen kan worden aangeboden. Zo worden algemene verzoening en het algemene aanbod van genade met elkaar verward.
Omgekeerd worden predikanten die het algemene aanbod van genade verkondigen soms van arminianisme beschuldigd. ‘Je mag Jezus alleen aan de uitverkorenen aanbieden’, zegt men dan. Maar ook hier worden algemene verzoening en algemeen aanbod onterecht aan elkaar gelijkgesteld.
Veel verwarring verdwijnt zodra we dit onderscheid helder zien. Thomas Boston verwoordt het kernachtig: ‘De algemene Evangelieprediking zegt niet: “Christus is voor u gestorven”, maar zegt: “Er is een Zaligmaker voor u beschikbaar.”’ Wie dat aanbod van een beschikbare Zaligmaker door het geloof aanneemt, mag als vrucht daarvan weten dat Christus voor hem of haar gestorven is.
Maar, zeg je misschien, geloven is toch zeker weten dat Christus ook voor míjn zonden gestorven is? Dat kan ik toch niet zomaar geloven? Hoe weet ik dat Christus ook voor mij persoonlijk is gestorven? De gereformeerde en puriteinse oudvaders geven hier een eenduidig antwoord op. Ze waarschuwen ervoor om te redeneren over de reikwijdte van de verzoening of over de uitverkiezing. Ze roepen iedereen op om voor Christus te buigen, want daaruit zal blijken dat je een van degenen bent voor wie Hij is gestorven. Christus geeft Zich immers voor allen die in Hem geloven. Je moet het dus niet omdraaien en eerst willen weten of Christus voor jou gestorven is, voordat je kunt geloven. Richard Sibbes zegt het zo:
‘De verborgen dingen zijn voor God, de geopenbaarde zijn voor ons’, zegt Mozes (Deut. 29:29). Wanneer u wordt opgezocht, uitgenodigd, aangespoord en bevolen u met God te laten verzoenen, is het uw plicht om binnen te komen en te gehoorzamen. En als u gehoorzaamt, zult u de vrucht van Christus’ verlossing opmerken: namelijk dat u een van degenen bent voor wie Hij Zichzelf heeft gegeven.
Ook Samuel Rutherford spoort ons aan om ons geen zorgen te maken over Gods verborgen bedoeling. Die kennen we niet en die hoeven we ook niet te kennen. Als hoorder van het Evangelie moeten we ons richten op Gods geopenbaarde wil.
Rutherford illustreert dit met een voorbeeld. Stel je voor dat twintig drenkelingen in het water liggen, zegt hij. Een schipper werpt hen een lang touw toe en roept dat iedereen dat touw moet vastgrijpen. En stel je voor dat een van hen, iemand die bijna in de golven verdrinkt, denkt: ‘Dat doe ik niet, tenzij de schipper mijn naam roept en zegt dat hij ook mij wil redden.’ Is dat niet heel onredelijk? God heeft een touw neergelaten voor de mensen die met de demonen in de diepte zijn gestort. Wat kunnen wij, bedelaars die ons bewust zijn van onze ellendige toestand, beter doen dan dit touw nederig aangrijpen en de aangeboden verlossing, de aangeboden Christus, naar ons toe trekken? Als we dat doen, is het geoorloofd om te concluderen dat Hij ons goedgezind is, en dat Zijn eeuwige voornemen en besluit ook op ons persoonlijk betrekking heeft (het letterlijke citaat van Rutherford vind je hier).
Het gooien van het touw staat symbool voor de prediking van het Evangelie. Rutherford zegt dus dat God met Zijn Evangelie de bedoeling heeft dat we Zijn Zoon aangrijpen en Hem als het ware naar ons toe trekken. Als we het Evangelie horen, moeten we ons niet afvragen of God ons wel wíl redden.
De citaten van Sibbes en Rutherford laten zien dat onze gereformeerde oudvaders geen moeite hadden met de combinatie van de particuliere verzoening en een algemeen, welmenend aanbod van genade. Het algemeen aanbod is dus niet hetzelfde als de algemene verzoeningsleer. Het is de rijke boodschap van het Evangelie waarin de Heere Jezus Zichzelf aanbiedt aan verloren zondaren. ‘Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben’ (1 Tim 1:15).
—————
Voor een vollediger overzicht van de theologie van Richard Sibbes en Samuel Rutherford kun je verder lezen in het boek op deze website:
Wie durft het aanbod van genade nog zo neer te zetten? Is er zegen op de prediking te verwachten, wanneer dit niet het geval is?
Is het helpend om de term ‘alverzoening’ nog te gebruiken? Die term kom je ook wel tegen in boeken en lezingen.
Met alverzoening wordt bedoeld dat uiteindelijk iedereen verzoend zal worden. Met andere woorden: iedereen zal uiteindelijk zalig worden, ook als je in dit leven niet in de Heere Jezus gelooft. Dit is een standpunt waarvoor geen grond is in de Bijbel.
Het aanbod van genade komt tot een ieder die het hoort. Dat is een uitwendige roeping. Maar de inwendige roeping komt alleen tot de uitverkorenen. Maar wij weten niet wie er wel en niet uitverkoren zijn. Ieder mens heeft daar zijn verantwoording in. Wij zijn goed geschapen, naar het beeld van God, maar door moedwillige ongehoorzaamheid zijn wij door de diepe val in Adam van God afgevallen in onze geestelijke doodstaat. Uit ons geen vrucht meer in der eeuwigheid. Maar nu heeft God in de eeuwigheid een Weg uitgedacht in Zijn eeuwige enige Zoon om weer in een verzoende betrekking met God te komen. En Zijn Zoon is op de wereld gezonden om zondaren te zaligen. Nu gaan wij niet verloren omdat we niet uitverkoren zijn , maar omdat wij niet willen dat God over ons Koning wil zijn . Twee moordenaars aan het kruis , de ene behouden de andere verloren .Die verloren ging is niet verloren omdat hij niet uitverkoren was, maar enkel door eigen schuld. Wat ligt er dan een troost in de eeuwige verkiezing Gods, dan is er nog een mogelijkheid tot zalig worden voor de grootste der zondaren. Enkel bij God vandaan daar komt van een mens niets bij , dat hoeft niet, en dat kan ook niet. Dan is het Hij moet wassen, en ik minder worden.
(Reactie op Abraham) Tip: print de 2 citaten van ds Sibbes en ds Rutherford uit en hang ze op in de consistorie. Wellicht komen er boeiende gesprekken uit voort en worden er misvattingen uit de weg geruimd!
De citaten van Sibbes en Rutherford zijn duidelijk. Maar toch: mag ik een ander citaat noemen? Boston schrijft in zijn Viervoudige Staat dat we ons moeten vergelijken met een zuigeling die in het water ligt. Je kunt een touw toewerpen maar dat kind zal het niet kunnen aangrijpen. Dit is een totaal andere visie dan van Rutherford.
Bedankt voor het delen van het citaat van Boston Gijs! Ook dat is waar. Het is geen totaal andere visie. Rutherford en Sibbes benadrukken evenals Boston en alle gereformeerde oudvaders dat een mens van zichzelf onmachtig en onwillig is om naar Christus te gaan.
Tegelijkertijd roepen ze iedereen die het hoort op om tot Christus te komen. Alle verhinderingen om dat te doen willen ze wegnemen. Één van die verhinderingen is de vraag of de oproep wel voor mij bedoeld is. Hoe weet ik of de Heere Jezus ook voor mij gestorven is? De citaten in het artikel zijn een reactie op die vraag. Niemand mag en hoeft te twijfelen over de gewilligheid van Christus om ook jou zalig te willen maken. We moeten niet indringen in de verborgen raad van God, maar luisteren naar Zijn geopenbaarde Evangelie.
Betekent dit dat je dus in eigen kracht kan geloven? Nee. Mag je je daarachter verschuilen? Nee. Wat dan wel? Biddend tot Jezus gaan met al je onmacht en onwil! De Heere wil de inwendige roeping door Zijn Geest verbinden aan de uitwendige roeping door het Evangelie. We moeten die oproep dus niet naast ons neerleggen maar er mee worstelen in het gebed.
Voor de volledigheid heb ik nog even de uitspraak van Boston opgezocht. Hij zegt in zijn boek (Thomas Boston, De viervoudige staat, Den Hertog, Houten, 1996.), het volgende:
“Het is mogelijk dat u denkt dat, al is het dat u niet alles alleen kunt doen, u het Evangelie, omdat Christus u toch hulp aanbiedt, zelf kunt omhelzen en het kunt gebruiken tot uw herstel. Maar, o zondaar, wees ervan overtuigd dat u de genade van Christus absoluut nodig hebt. Het is zeker waar dat er hulp aangeboden wordt, maar u kunt die niet aanvaarden. Er is een touw uitgeworpen om zondaars die schipbreuk geleden hebben, aan land te trekken. Maar helaas, zij hebben geen handen om het te grijpen! Zij zijn als zuigelingen die te vondeling zijn gelegd in het open veld. Hoewel hun eten bij hen ligt, moeten zij van honger omkomen, tenzij men het in hun mond stopt.” (Blz. 167)
Dit schrijft Boston om de totale doodstaat van de mens te omschrijven. Dit roept de vraag op waarom de oproep om tot Christus te komen nog gepreekt moet worden. Boston beantwoord die vraag als volgt:
“Waarom predikt u dan Christus tot ons en roept u ons toe tot Hem te komen, te geloven, ons te bekeren, en de middelen ter zaligheid te gebruiken? Antwoord. Wij doen dat, omdat het uw plicht is. Het is uw plicht Christus aan te nemen, zoals Hij in het Evangelie wordt aangeboden. Het is uw plicht berouw te hebben over uw zonden en heilig te zijn in geheel uw levenswandel. Het is God Die u deze dingen gebiedt en Zijn bevel, niet uw vermogen, is de maatstaf van uw plicht. Bovendien zijn deze oproepen en aansporingen de middelen, waarvan het Gode behaagt gebruik te maken om Zijn uitverkorenen tot bekering te brengen en de genade in hun hart te werken. Voor hen is ‘het geloof uit het gehoor’ (Rom. 10:17), terwijl zij even onbekwaam zijn om zichzelf te helpen als de overigen van de mensheid. Op zeer goede gronden mogen wij op bevel van God, ‘Die de doden verwekt’, tot hun graven gaan en in Zijn naam uitroepen: ‘Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten’ (Ef. 5:14). En aangezien de uitverkorenen niet te kennen zijn en van anderen niet te onderscheiden voor hun bekering, zoals de zon schijnt op het gelaat van de blinde en de regen zowel op de rotsen valt als op de vruchtbare vlakten, zo prediken wij Christus aan allen, en schieten in ‘eenvoudigheid’ de pijl, die God Zelf bestuurt, zoals het Hem behaagt.” (Blz. 171)
Naast dit theologische boek zijn er ook veel preken van Boston bewaard gebleven. Daarin zien we dat hij zonder voorbehoud iedereen uitnodigt om tot Christus te komen. Hij doet dat op dezelfde manier en met dezelfde warmte als Rutherford en Sibbes:
“Wij vermanen u om tot Jezus te komen, om alle lasten van u af te werpen en om uw zorgen op Hem te wentelen. Hij is machtig en gewillig om, zowel u en uw lasten, te ondersteunen, van hoedanige aard die ook zijn mogen. Komt dan tot Hem, zoals u bent, als vermoeiden en belasten. Er is een meest hartelijk welkom voor u allen bereid. Des te groter uw lasten en des te meer uw behoeften u drukken, des te meer welkom bent u in de weg om uw geval zonder enige reserve in Zijn hand en onder Zijn bestuur te leggen, dan mag u te zijner tijd zeker een troostrijke uitkomst verwachten. Die wil, mag komen en die tot Hem komt, zal Hij geenszins uitwerpen. ‘Komt tot Mij’, zegt Hij, ‘allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.’ ” (Einde van een preek van Thomas Boston over Matth 11:28. Blz 67-68 in https://theologienet.nl/bestanden/boston-5e-zevental.pdf )
Wie meer van de theologie van Thomas Boston wil begrijpen kan ik van harte aanbevelen om zijn aantekeningen op ‘Het merg van het Evangelie’ van Fisher te lezen. Hij behandeld daarin heel helder de vragen die te maken hebben met het komen tot Christus. Ik ben er op dit moment over aan het schrijven voor het volgende hoofdstuk in het boek op deze website. Ik verwacht dit binnen enkele maanden te publiceren.
Er wordt heel veel verwezen naar oudvaders e.d. We zouden veel meer de Bijbel moeten laten spreken, dat is de enige echte waarheid. Mensen kunnen zich altijd vergissen en de Waarheid geweld aan doen,
Beste Erik,
Bedankt voor je reactie. Een belangrijk doel van deze website is om de oudvaders de laten spreken om zo een duidelijk beeld te krijgen van hoe zij het aanbod van genade leerden en toepasten.
Ik begrijp je wens om de Bijbel als de enige echte waarheid te laten spreken. Daarom ben ik ook begonnen met het toevoegen van Bijbelstudies over het aanbod van genade. In de Bijbel zien we heel duidelijk hoe de Heere Jezus in Zijn preek in Johannes 6 omgaat met de verhouding tussen Gods soevereiniteit en de menselijke verantwoordelijkheid. Van Johannes 3 kunnen we juist weer leren hoe Jezus omgaat met de verhouding wedergeboorte en geloof.
We moeten altijd toetsen aan Gods Woord. Dat neemt het belang van oudvaders echter niet weg. Als we uitkomen op een andere uitleg dan de lijn in de gereformeerde traditie zou dat ons op zijn minst nog een keer tot onderzoek moeten aansporen. We lopen heel makkelijk het gevaar om fouten te maken die al verschillende keren gemaakt zijn in het verleden.
Mijn naam, e-mail en site opslaan in deze browser voor de volgende keer wanneer ik een reactie plaats.
Ik meld mij aan voor de nieuwsbrief zodat ik op de hoogte wordt gehouden van nieuwe artikelen
Δ
Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg een e-mail als er nieuwe artikelen zijn.
Het digitale boek op deze website bevat een diepgaande studie naar de historische discussies over het aanbod van genade. Ik laat zien hoe theologen sinds de Reformatie aankijken tegen het spanningsveld tussen Gods soevereiniteit en de menselijke verantwoordelijkheid. Daarnaast bespreek ik de verschillende dwalingen rondom dit thema en hoe de gereformeerde theologen hierop gereageerd hebben. Begin met lezen!
Or copy link