De vraag wordt mij weleens gesteld: waarom een hele website over het aanbod van genade? Maak ik het hiermee niet te groot en te belangrijk? Er zijn toch nog veel meer aspecten van een Bijbelse prediking? Dat laatste is zeker waar. Het aanbod van genade is echter een Bijbels kernpunt. Dat is een van de redenen waarom er zoveel discussie over is. Als het gebed van de tollenaar ons eigen gebed wordt, ontdekken we dat we zonder Gods vrije genade verloren zijn. Dan moeten we horen dat juist zondaren welkom zijn bij Jezus (Luk. 5:32) en dat Hij niemand wegstuurt die tot Hem komt (Joh. 6:37). Daarom is het aanbod van genade onmisbaar.
Onze oudvaders benadrukken: het aanbod van genade is de grond van het geloof. Het geloof rust op de aanbieding van Christus. De Kleine Catechismus van Westminster antwoordt op vraag 86, ‘Wat is geloof in Jezus Christus?’:
Geloof in Jezus Christus is een zaligmakende genadegave, waardoor wij Hem ontvangen en alleen op Hem rusten voor onze zaligheid, zoals Hij ons in het Evangelie wordt aangeboden.
Het geloof rust dus niet op ons gevoel of op kenmerken die we in onszelf kunnen vinden. Het rust op Jezus zoals Hij ons wordt aangeboden in het Evangelie. Dit onderstreept waarom het zo belangrijk is dat Christus in de prediking welmenend, zonder voorwaarden, aan iedereen wordt aangeboden.
Thomas Boston zegt dat we onszelf nooit van Gods aanbod mogen buitensluiten (Fisher, Het merg, 163 (kanttekening van Boston 4)). We moeten erop vertrouwen dat Hij dit aanbod ook écht aan ons persoonlijk doet. Volgens Boston is dat zelfs een essentieel onderdeel van het geloof. Je kunt namelijk niet in Jezus geloven, als je niet tegelijkertijd gelooft dat Zijn belofte voor jou is bedoeld. Omdat God Zichzelf aanbiedt in het Evangelie heb jij, net als ieder ander, de vrijheid en het volste recht gekregen om in Hem te geloven. Het is niet hoogmoedig of vrijpostig om je vast te klemmen aan Gods vrije belofte. Boston draait het om: het is hoogmoedig en vrijpostig om met iets in je handen bij Christus te komen. Alleen het volledig vrije aanbod van genade geeft een verslagen zondaar vrijmoedigheid om naar Jezus te vluchten.
We zien dezelfde lijn bij Wilhelmus à Brakel in zijn boek Redelijke Godsdienst. Onderstaande citaten komen uit hoofdstuk 42, deel 1B (De Banier, 2016), blz. 507-509. De citaten vormen één geheel, maar voor de leesbaarheid heb ik kopjes ingevoegd en wat toelichting. Brakel legt uit dat het aanbod van genade niet het zaligmakend geloof zelf is, maar de grond van dat geloof:
Alle ware en zuivere heiligheid komt voort uit de rechtvaardiging door het geloof. Hier moeten we dan ook met onze volle aandacht bij stilstaan. De grond van het geloof is het Woord van God in het algemeen, en in het bijzonder de roeping en nodiging tot de Heere Jezus Christus en de aanbieding van Hem. Dit moet vóór alle dingen als zeker, vast en onfeilbaar bestempeld worden, omdat Christus door de waarachtige, onveranderlijke en getrouwe God geopenbaard, aangeboden en beloofd wordt. Deze belofte is dus niet het zaligmakend geloof zelf, maar de grond ervan. Wil men bouwen, dan moet er eerst een fundament gelegd zijn.
God verklaart dat alle mensen van nature kinderen des toorns zijn. Wij mensen zijn vanbinnen en vanbuiten totaal zondig, afzichtelijk, walgelijk, onverdraaglijk en verdoemelijk. God verklaart tevens dat Hij de Rechter van de gehele aarde is; en wel een rechtvaardige Rechter, Die de schuldige geenszins onschuldig houdt, naar waarheid oordeelt en ieder vergeldt naar zijn werken. Wil nu de mens ooit zalig worden, dan moet er genoegdoening geschieden aan Gods rechtvaardigheid. Die genoegdoening vindt alleen plaats als enerzijds de straf wordt gedragen die de zondaar heeft verdiend, en anderzijds Gods wet volkomen wordt gehouden. De mens is immers zo geschapen dat hij de wet kon houden, en op het houden van de wet was hem de eeuwige zaligheid beloofd.God openbaart in Zijn Woord de wonderlijke weg, waarlangs deze twee zaken uitgevoerd zijn en waardoor de zondaar de eeuwige zaligheid kan verkrijgen. Immers, uit vrije genade en uit pure liefde tot walgelijke zondaren heeft God, in Zijn ondoorgrondelijke wijsheid en almacht, Zijn eigen en eeuwige Zoon – Die Zelf ook waarachtig God is, eenswezens met de Vader en de Heilige Geest – tot een Borg voor de uitverkorenen gegeven. De Zoon heeft de menselijke natuur aangenomen, de zonden van de uitverkorenen op Zich geladen, de straf gedragen en de wet vervuld. Daardoor heeft Hij de uitverkorenen met God verzoend en het recht op het eeuwige leven voor hen verworven.
God verklaart dat alle mensen van nature kinderen des toorns zijn. Wij mensen zijn vanbinnen en vanbuiten totaal zondig, afzichtelijk, walgelijk, onverdraaglijk en verdoemelijk. God verklaart tevens dat Hij de Rechter van de gehele aarde is; en wel een rechtvaardige Rechter, Die de schuldige geenszins onschuldig houdt, naar waarheid oordeelt en ieder vergeldt naar zijn werken. Wil nu de mens ooit zalig worden, dan moet er genoegdoening geschieden aan Gods rechtvaardigheid. Die genoegdoening vindt alleen plaats als enerzijds de straf wordt gedragen die de zondaar heeft verdiend, en anderzijds Gods wet volkomen wordt gehouden. De mens is immers zo geschapen dat hij de wet kon houden, en op het houden van de wet was hem de eeuwige zaligheid beloofd.
God openbaart in Zijn Woord de wonderlijke weg, waarlangs deze twee zaken uitgevoerd zijn en waardoor de zondaar de eeuwige zaligheid kan verkrijgen. Immers, uit vrije genade en uit pure liefde tot walgelijke zondaren heeft God, in Zijn ondoorgrondelijke wijsheid en almacht, Zijn eigen en eeuwige Zoon – Die Zelf ook waarachtig God is, eenswezens met de Vader en de Heilige Geest – tot een Borg voor de uitverkorenen gegeven. De Zoon heeft de menselijke natuur aangenomen, de zonden van de uitverkorenen op Zich geladen, de straf gedragen en de wet vervuld. Daardoor heeft Hij de uitverkorenen met God verzoend en het recht op het eeuwige leven voor hen verworven.
Ieder mens heeft verlossing nodig. We kunnen alleen verlost worden omdat Jezus Christus de straf op de zonde heeft gedragen. En nu nodigt God iedereen, zonder onderscheid, om naar Jezus te gaan om in dit heil te delen:
Deze Borg, Jezus Christus, Die nu voor de uitverkorenen tot losprijs en gerechtigheid geworden is, doet u door het Evangelie een vredesaanbod. Hij nodigt vriendelijk en dringend alle mensen tot Hem te komen, om door Hem gerechtvaardigd, geheiligd en verheerlijkt te worden. Hij maakt daarbij geen onderscheid in wie ze zijn of hoeveel zonden ze hebben gedaan. Tevens doet Hij de plechtige belofte dat wie tot Hem komt, geenszins uitgeworpen zal worden (zie Joh. 6:37). Het is noodzakelijk dit te geloven, omdat de getrouwe en waarachtige Getuige Zelf aan het woord is. Wie aan deze nodiging geen gehoor geeft en niet erkent dat Gods belofte onfeilbaar en betrouwbaar is, die onteert God op een verschrikkelijke wijze en maakt Hem tot een leugenaar (1 Joh. 5:10). Laat deze waarheden uit het Evangelie tot u doordringen en geloof ze! Verheug u dat er een Jezus is, en dat Hij u roept om u zalig te maken.
Jezus roept je en wil je zalig maken. Brakel maakt dit heel persoonlijk en dringt erop aan dat je Jezus aanneemt als jouw Jezus:
Deze bekendmakingen van Godswege vormen de grond waarop het geloof rust. Omdat in Jezus een volheid van genade te vinden is, en die volheid aan u – ja, u in het bijzonder! – door Jezus Zelf wordt aangeboden, moet en mag u Hem met een bereidwillig hart aannemen als úw Jezus. Geef uzelf hartelijk aan Hem over en vertrouw uw ziel volkomen aan Hem toe, zodat de zegeningen van het genadeverbond door Hem uw deel worden. Dit aannemen van Jezus en dit zich overgeven en zich toevertrouwen aan Hem is niets anders dan het zaligmakend geloof. Voor wie zo handelt, zijn de volgende beloften bestemd: ‘Zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven’ (Joh. 1:12); ‘Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven’ (Joh. 3:36); ‘Welgelukzalig zijn allen die op Hem betrouwen’ (Ps. 2:12).Velen hebben een verkeerd begrip van de beoefening van het geloof, en gaan onjuist te werk. Ze denken vanuit zichzelf: ze wenden zich tot Jezus, bidden om genade op grond van Zijn bloed, lopen Hem na, grijpen Hem aan – en op deze manier hopen ze dat zij Hem kunnen bewegen om hun genade te bewijzen en dat Hij hen ooit eens zal aannemen. Op zichzelf zijn de genoemde zaken goed; maar waar het aan schort, is de onjuiste manier waarop deze mensen ze verrichten. Zij willen Jezus bewegen – terwijl ze moesten beseffen en geloven dat Jezus al gewillig was, dat Hij hen riep en dat Hij Zichzelf aanbood met de belofte: ‘Die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet’ (Openb. 22:17). Christus’ aanbieding van Zichzelf zou voor hen de grond moeten zijn waarop zij vrijmoedigheid hebben om Hem aan te nemen.
Deze bekendmakingen van Godswege vormen de grond waarop het geloof rust. Omdat in Jezus een volheid van genade te vinden is, en die volheid aan u – ja, u in het bijzonder! – door Jezus Zelf wordt aangeboden, moet en mag u Hem met een bereidwillig hart aannemen als úw Jezus. Geef uzelf hartelijk aan Hem over en vertrouw uw ziel volkomen aan Hem toe, zodat de zegeningen van het genadeverbond door Hem uw deel worden. Dit aannemen van Jezus en dit zich overgeven en zich toevertrouwen aan Hem is niets anders dan het zaligmakend geloof. Voor wie zo handelt, zijn de volgende beloften bestemd: ‘Zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven’ (Joh. 1:12); ‘Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven’ (Joh. 3:36); ‘Welgelukzalig zijn allen die op Hem betrouwen’ (Ps. 2:12).
Velen hebben een verkeerd begrip van de beoefening van het geloof, en gaan onjuist te werk. Ze denken vanuit zichzelf: ze wenden zich tot Jezus, bidden om genade op grond van Zijn bloed, lopen Hem na, grijpen Hem aan – en op deze manier hopen ze dat zij Hem kunnen bewegen om hun genade te bewijzen en dat Hij hen ooit eens zal aannemen. Op zichzelf zijn de genoemde zaken goed; maar waar het aan schort, is de onjuiste manier waarop deze mensen ze verrichten. Zij willen Jezus bewegen – terwijl ze moesten beseffen en geloven dat Jezus al gewillig was, dat Hij hen riep en dat Hij Zichzelf aanbood met de belofte: ‘Die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet’ (Openb. 22:17). Christus’ aanbieding van Zichzelf zou voor hen de grond moeten zijn waarop zij vrijmoedigheid hebben om Hem aan te nemen.
Het algemene aanbod van genade, Christus Zelf Die in het Evangelie wordt aangeboden aan zelfs de grootste van de zondaren, moet ons volgens Brakel de vrijmoedigheid geven om Christus aan te nemen. Het feit dat God Zijn genade aanbiedt, Zijn Zoon aanbiedt, is de grond van het geloof. Dit aanbod geeft ook zekerheid aan het geloof:
En wanneer zij Hem hebben aangenomen, en werkelijk de vergeving van de zonden en een recht op alle zegeningen van het genadeverbond ontvangen hebben, moest deze aanbieding voor hen een grond van zekerheid zijn. Degenen die tot Jezus komen zonder de aanbieding tot de grond van hun komen te stellen, zullen zelden tot zekerheid over hun staat komen; tenzij de Heilige Geest die verzekering op een on-middellijke wijze schenkt. Dan nog echter zal die verzekering niet bestendig zijn: als de gevoelige genade wijkt, leven zulke mensen opnieuw in vrees en trekken ze de verzekering en vertroosting in twijfel.Zij denken dat de Heere Jezus hen niet wil aannemen, dat zij te grote zondaren zijn en dat zij het telkens bederven. Zij redeneren dat zij niet in de juiste toestand zijn om Jezus aan te mogen nemen, omdat ze niet oprecht verbrijzeld van hart zijn en niet hartelijk genoeg naar Hem verlangen, enzovoorts. Alsof de verbrijzeling van hart of het verlangen en hongeren naar Christus voorwaarden zijn, zonder welke men niet zou mogen komen! Nee, het verlegen zijn om Jezus en het hongeren naar Hem zijn slechts gestalten, waardoor wij des te meer geprikkeld worden om tot Hem te gaan.Nu dan, wordt u gedrongen om uit uzelf te gaan en tot Jezus te komen? Kom dan maar, op grond van de aanbieding. Wanneer u zich niet langer laat tegenhouden door uw bedenkingen, zult u niet zo vaak meer struikelen.
En wanneer zij Hem hebben aangenomen, en werkelijk de vergeving van de zonden en een recht op alle zegeningen van het genadeverbond ontvangen hebben, moest deze aanbieding voor hen een grond van zekerheid zijn. Degenen die tot Jezus komen zonder de aanbieding tot de grond van hun komen te stellen, zullen zelden tot zekerheid over hun staat komen; tenzij de Heilige Geest die verzekering op een on-middellijke wijze schenkt. Dan nog echter zal die verzekering niet bestendig zijn: als de gevoelige genade wijkt, leven zulke mensen opnieuw in vrees en trekken ze de verzekering en vertroosting in twijfel.
Zij denken dat de Heere Jezus hen niet wil aannemen, dat zij te grote zondaren zijn en dat zij het telkens bederven. Zij redeneren dat zij niet in de juiste toestand zijn om Jezus aan te mogen nemen, omdat ze niet oprecht verbrijzeld van hart zijn en niet hartelijk genoeg naar Hem verlangen, enzovoorts. Alsof de verbrijzeling van hart of het verlangen en hongeren naar Christus voorwaarden zijn, zonder welke men niet zou mogen komen! Nee, het verlegen zijn om Jezus en het hongeren naar Hem zijn slechts gestalten, waardoor wij des te meer geprikkeld worden om tot Hem te gaan.
Nu dan, wordt u gedrongen om uit uzelf te gaan en tot Jezus te komen? Kom dan maar, op grond van de aanbieding. Wanneer u zich niet langer laat tegenhouden door uw bedenkingen, zult u niet zo vaak meer struikelen.
Uiteindelijk wijzen de Bijbel, Boston en Brakel ons allemaal in dezelfde richting: weg van onszelf, heen naar Christus. Als we wachten tot we de juiste gevoelens hebben, of als we proberen Jezus met onze tranen te bewegen ons aan te nemen, begrijpen we het Evangelie verkeerd. Hij stáát al met uitgebreide armen. Hij nodigt, Hij roept en Hij biedt Zichzelf vrij en onvoorwaardelijk aan.
Dat aanbod is de enige grond voor het geloof. Dit geeft de grootste zondaar het volste recht om in Hem te geloven. Wie die belofte wantrouwt, maakt God tot een leugenaar (1 Joh. 5:10). Wie zich eraan vastklampt, vindt zekerheid en rust. Daarom is het aanbod van genade zo onmisbaar: het geeft de twijfelende zondaar de vrijmoedigheid om onvoorwaardelijk tot Christus te vluchten.
—————
Verder lezen: Richard Sibbes over de grond en zekerheid van het geloof
Mijn naam, e-mail en site opslaan in deze browser voor de volgende keer wanneer ik een reactie plaats.
Ik meld mij aan voor de nieuwsbrief zodat ik op de hoogte wordt gehouden van nieuwe artikelen
Δ
Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg een e-mail als er nieuwe artikelen zijn.
Het digitale boek op deze website bevat een diepgaande studie naar de historische discussies over het aanbod van genade. Ik laat zien hoe theologen sinds de Reformatie aankijken tegen het spanningsveld tussen Gods soevereiniteit en de menselijke verantwoordelijkheid. Daarnaast bespreek ik de verschillende dwalingen rondom dit thema en hoe de gereformeerde theologen hierop gereageerd hebben. Begin met lezen!
Or copy link